HULPKAART NEDERLANDS 1e, 2e en 3e klas (4) D. ZINSDELEN klas B2


Lotte / vertelde / de leerlingen / tijdens de toets / alle antwoorden.

pv

vertelde


o

Lotte


wg

vertelde

Lotte/ is/ een goede leerling.


  1. Kijk naar de werkwoorden: zie je een werkwoord dat een kww kan zijn?



  1. Waar wordt Lotte aan gekoppeld?
    (Wat is [ = ] Lotte?)




ja >>> is [ = “is gelijk aan”]

kww: zijnwordenblijven

lijkenblijven - schijnen


ng = is [een goede leerling]


Let op: géén LV als de zin een NG heeft!!



ng








lv



Lotte / vertelde / de leerlingen / tijdens de toets / alle antwoorden


alle antwoorden


mwv


(aan) de leerlingen






vzv



Sommige werkwoorden hebben een vast voorzetsel bij zich.
Het zinsdeel dat begint met het vaste voorzetsel is het
vzv.


Lotte / wachtte / na de toets / op al haar klasgenoten.

vzv = op al haar klasgenoten ( want op hoort bij wachten wachten op)



bwb


na de toets


© BRC havo en vwo – Krommenie HULPKAART NEDERLANDS (4), 1e, 2e en 3e klas 1