HULPKAART NEDERLANDS 1e, 2e en 3e klas (3) C. ZINSDELEN klas B1


Lotte / vertelde / de leerlingen / tijdens de toets / alle antwoorden.



pv

  • Tijd veranderen

  • Meervoud of enkelvoud

    • Lotte vertelt de leerlingen tijdens de toets alle antwoorden.

    • Lotte en Marlies vertelden de leerlingen tijdens de toets alle antwoorden.



o

Wie / wat + pv

Wie vertelde?

Lotte vertelde

= onderwerp

= Lotte



gez

Alle werkwoorden in de zin: Lotte / vertelde / de leerlingen / tijdens de toets / alle antwoorden gezegde = vertelde

(Lotte/ heeft /de leerlingen/ tijdens de toets/ alle antwoorden/ verteld gezegde = heeft verteld)



lv

Wie / wat

Wat

+ gez

vertelde

+ O

Lotte

= lijdend voorwerp

= alle antwoorden



mwv

(Aan/voor/enz.) wie (wat)

(Aan) wie

+ gez

vertelde

+ O

Lotte

+ lv

alle antwoorden

= meewerkend voorwerp

= de leerlingen

Als voor dat zinsdeel aan staat en je kunt dat “aan” ook weglaten, dan is dat zinsdeel een mwv.
Lotte/ vertelde/ (aan) de leerlingen/ tijdens de toets/ alle antwoorden > mwv = (aan) de leerlingen



bwb

De bwb geeft antwoord op vragen als: Wanneer? Waar? Hoe? Waarom? Waarheen? Waarvandaan? Waardoor?


Wanneer? Lotte / vertelde / de leerlingen / tijdens de toets / alle antwoorden bwb = tijdens de toets
Waar? Lotte /vertelde/ in de klas/ de leerlingen/ alle antwoorden bwb = in de klas
Hoe? Lotte /vertelde/ de leerlingen/ tijdens de toets/ stiekem/ alle antwoorden bwb = stiekem


* Je kunt ook zeggen dat de zinsdelen die overblijven (na het vinden van pv > o > gez en eventueel lv en het mv) standaard een bwb zijn.



Let op!

In een zin staan altijd een PV, een GEZEGDE en een ONDERWERP!

Een LV, MWV en BWB kunnen voorkomen, maar dat hoeft niet.

Een BWB is het enige zinsdeel dat vaker kan voorkomen in een zin.

Een O en een LV beginnen nooit met een voorzetsel.


© BRC havo en vwo – Krommenie HULPKAART NEDERLANDS (3), 1e, 2e en 3e klas 1