H U L P K A A R T NEDERLANDS 1e, 2e en 3e klas (2)

WERKWOORDSVORMEN


IS HET EEN PV?

JA

WELKE TIJD?

TT

Over IK?

SIMPEL (alleen STAM)

NEE



VT








Over IETS of EEN ANDER?

altijd STAM + t

(Pieter denkt na)

(Pieter vindt het antwoord)


Is het een VD:

gebruik

t sexy fokschaap!

(kofschiptaxi)


Is het een BN:

schrijf het zo kort mogelijk!


Is het een INF:

schrijf het hele werkwoord





STAM + te(n) of

STAM + de(n)


(Pieter wachtte op Pim)

(Lisa en Pim leerden het proefwerk)


(ook hier moet je kofschiptaxi of

t sexy fokschaap gebruiken)









Jij/je achter de PV?

SIMPEL (alleen STAM)

(Vind jij het antwoord?)


Trucje: Vul het ww maken in, dan hoor je direkt of er een t achter moet of niet.







© BRC havo en vwo – Krommenie HULPKAART NEDERLANDS (2), 1e, 2e en 3e klas 1