Bij de vakken natuurkunde, scheikunde en biologie wordt veel experimenteel werk gedaan en vaak wordt van dezelfde meetinstrumenten gebruik gemaakt. Elk meetinstrument heeft zijn eigen nauwkeurigheid en deze is bepalend voor de nauwkeurigheid waarmee berekeningen gemaakt moeten worden. Doel van dit project is in te gaan op de volgende vragen:
· Wat zijn de meetonnauwkeurigheden van de verschillende meetinstrumenten en hoe geef je dit aan bij het noteren van meetwaarden (significantie)?
· Met welke nauwkeurigheid mag je het eindresultaat van een berekening presenteren?
· Welk instrument is geschikt bij een bepaald experiment?
· Hoe verwerk je meetgegevens in tabellen en grafieken met behulp van Excel?
· Hoe kun je metingen doen en metingen verwerken met het programma Coach?
Aan de hand van enkele voorbeelden krijgen jullie antwoord op de gestelde vragen. Het is de bedoeling dat jullie de opgedane kennis de komende jaren bij alle drie de vakken toepassen.