|
| Dyslexie: Waar doen de problemen zich voor? |
|
Woordherkenning
- Begrijpen van teksten
- Lezen (traag)
- Onthouden van losse, op zichzelf staande gegevens
- Onthouden van begrippen en formules bij exacte vakken
- Twee dingen tegelijk doen
- Horen van verschillen tussen klanken
- Uitspraak
- Articuleren
- Toetsen waar geheugen een rol speelt: topo, voc., lange teksten
- Transfer van korte – naar lange termijn geheugen
- Zwak werkgeheugen = slechte concentratie
- Snel opnemen van informatie / Informatieverwerving
- Verwerking van informatie (gaat langzaam)
- Teveel informatie tegelijk (moeite met het verwerken door korte termijn geheugen)
- Opnemen van mondelinge informatie in omgevingslawaai
- Zich afsluiten voor omgeving
- Gevoelig voor lesverstoring, achtergrondgeluiden
- Concentratie
- Het zich uitdrukken op papier (gelijktijdig bedenken van inhoud, spelling, zinsbouw)
- Het vinden van de juiste woorden
- Mondeling formuleren (gebruikt korte zinnen)
- Links/rechts onthouden
- Gevoel voor tijd / ordening in tijd
- Gedrag: stoer/ondeugend/dwars/macho om een somber, akelig gevoel te laten verdwijnen
- Gedrag: aandacht trekken/clown uithangen ( nare gevoelens de baas worden door omkeren in het tegendeel)
- Gedrag: nog meer je best gaan doen, hoge eisen stellen aan jezelf, daar niet aan kunnen voldoen, gevolg: depressief
- Gedrag: faalangst
- Gedrag: demotivatie
| |
|
|
|
|
|
| |
|
|
|